Wespen

Tot de wespen worden alle insecten gerekend uit de orde vliesvleugelige (Hymenoptera), die géén bij hommel of mier zijn. Wespen vormen dus geen eigen taxonomische groep zoals een orde of een familie. Ze zijn een onderdeel van de Apocrita, en de twee superfamilies waartoe alle wespen behoren, omvatten ook de mieren, die nauw aan de wespen verwant zijn.

Wespen moeten niet worden verward met zweefvliegen. Zweefvliegen hebben namelijk wel dezelfde kleur en strepenpatroon als de wespen, maar dit hebben ze alleen omdat ze lijken op wespen en zo andere insecten bang kunnen maken. Wespen kunnen steken, maar zweefvliegen zijn geheel onschuldig.

De Ontwikkeling van de wesp

blikje wesp Een in het vorige jaar bevruchte jonge koningin overwintert op een beschutte plaats in gebouwen of onder de grond. De jonge koningin komt tevoorschijn in de lente, voedt zich met nectar en sappen en begint aan de bouw van haar nest van "wespenpapier", een mengsel van geknaagd hout, plantenresten en speeksel. Het nest kan op allerlei plaatsen gemaakt worden. In de grond, in een holle boom, in een spouwmuur of andere holle ruimte van een gebouw enz.

Het eerste eilegsel komt binnen een paar dagen uit, de larven maken zijden cocons waarin ze zich verpoppen. Vier tot zes weken later verschijnen de eerste werksters. Zij zijn kleiner dan de koningin en allemaal vrouwtjes; de mannetjes komen later in het seizoen.

De vrouwtjes nemen de opbouw van het nest over, ze gaan opzoek naar voedsel en verzorgen en voeren de opgroeiende larven. De koningin legt nu alleen nog maar eitjes. Eind van de zomer kan een nest meer dan 5.000 of meer wespen herbergen. Bij het begin van de herfst bevruchten nieuwe mannetjes nieuwe koninginnen die weer opzoek gaan naar een plaats om te overwinteren. Het winterweer veroorzaakt de dood van de bestaande wespen.